Ørion's Box

Creating stories. Sharing thoughts.

Sag and Sog

Sag and Sog are siblings; two impish little pricks. They always pair together and are always playing tricks.

Sog is the biggest and the oldest of the two. A liquid loving demon, that hates to use the loo. It rather does its business in a warm and comfy place. Usually at night; then disappears without a trace.

Sag is quite the difference, it's stealthy and it's quick. But you know it came to visit when your crotch is feeling thick. You rub your sleepy eyes while you waddle and you drip, And that little nasty demon keeps on tugging at your hip.

Finally salvation! As the tapes are ripped away. A weight falls on the floor while your butt is on display. Sag and Sog were vanquished; their tyranny declined. While you dance towards the shower in your naked, bare, behind.

My brother, my hero. english

Lucas

(on a side note: the story below takes place in a famous Dutch fantasy theme park, and contains many references to attractions. Look up the word “Efteling” on the internet or video websites for an impression.)

Hello, my name is Lucas.

I went to the Efteling yesterday with my mom, my dad, and big brother Thomas. The Efteling is a huge country in the Netherlands where many fairy tale characters and knights in armour live. But there are also many roller coasters which I very much love to ride. But I’m still not big enough…

In the afternoon I ate an ice cream with mom while dad took Thomas to a roller coaster that belonged to a knight named Joris. Thomas helped him to defeat a dragon and was rewarded with a knight costume. I told dad I also wanted a costume but he said I wasn’t big enough yet. “But I’m a big boy too, I’m four!”, I yelled while holding four fingers in the air. But then everyone started to laugh. Later that day mom gave me a different costume, red slippers with lame bells. I looked like one of Santa’s elf’s. Perfect for little boys…

When it became dark we checked into the air castle hotel. But I couldn’t sleep that night. From my bedroom window I saw blasts of fire and water rising above the trees. The Efteling country seemed to be on fire. Could the dragons have returned for knight Joris?

I quickly ran to Thomas’ bed and pushed him, but he didn’t seem to wake up. “You have to fight the dragons again, they are attacking the Efteling country”, I yelled while I shook his bed. “Go do it yourself, you wanted to be a big boy right?, Thomas mumbled in his sleep. He was right though. If I would defeat a dragon I would finally be a big boy. Which means I’d definitely get my own knight costume tomorrow…

First I hesitated, I was a bit scared to go. But someone had to protect the citizens of the Efteling country. And if Thomas didn’t want to do it, I’d have to do it myself. I put Thomas’ knight costume over my pajamas and took his sword off the table. Quickly I snuck down the stairs and left the air castle hotel. Aside from a few lanterns everything was dark outside. I followed the path and walked through deserted squares and villages. There was no sign of anyone. Luckily also no sign of dragons.

Suddenly I heard roars and screams. It came from the Ravelijn castle. I ran as fast as I could towards it. Inside the battle had already begun. Three large dragons began attacking the castle and the Ravelijn knights did their best to defeat them. I really wanted to help them but I was too scared to move. Out of nowhere I heard a loud bang. One of the dragons had smashed the roof of the stage and he noticed me in the doorway. He shot a fireball at me, but I could easily parry it with my sword. The dragon started to get angry and smashed his tail on the ground, making the entire stage collapse. I shut my eyes and prepared myself for the fall. But I never hit the ground.

When I opened my eyes I noticed Thomas had caught me in his arms. “My my, so you thought you could defeat a dragon?” he said laughing. I looked around me and saw that all dragons had disappeared. The Ravelijn knights were celebrating their victory. “Why are you here”, I asked him surprised. “To protect you of course. That’s my job as a big brother, until you’re a big boy of course.” “But I don’t want to be a big boy anymore”, I screamed while tightly hugging Thomas.

Lucas.... Lucas....? Can you let me go now?

I opened my eyes again and noticed we were back in our room in the air castle hotel. It was morning. Thomas stood by my bed and looked at me with a weird face. “Why don’t you want to be a big boy anymore”, he asked. “Because I couldn’t defeat the dragons, but you could!” Thomas rolled his eyes and pushed my away. “Dragons don’t exist”, he replied while putting on his shoes. “They do, I saw them last night. And you saw them too, I yelled. “It was probably all just a dream. Are you coming downstairs for breakfast”, Thomas replied while leaving the room. Was it really just a dream? I put my red slippers on and picked up the sword that was lying on the table. On the backside was a huge charcoal stain, and that’s when I knew for sure. Dragons do exist. My brother is a hero. And I don’t mind staying little for just a while longer.

Mijn broer, mijn held. dutch

Lucas

Hoi, mijn naam is Lucas.

Ik ben gisteren met mijn papa en mama en grote broer Thomas in de Efteling geweest. Dat is een heel groot land in Nederland waar heel veel sprookjes figuren en ridders wonen. Maar er zijn ook heel veel snelle achtbanen waar ik graag in wil. Maar daar ben ik nog niet groot genoeg voor...

's Middags heb ik met mama een ijsje gegeten terwijl papa met Thomas naar de achtbaan van Joris ging. Daar kreeg Thomas een ridder pak, omdat hij Joris geholpen had een draak te verslaan. Ik wilde ook zo'n pak maar papa zei dat ik daar nog niet groot genoeg voor was. “Maar ik ben wél groot, ik ben al vier!”, riep ik boos, en stak mijn vingers omhoog. Maar toen begon iedereen te lachen. Later kreeg ik bij een andere winkel van mama mijn eigen kado, pantoffels met suffe belletjes. Echt weer iets voor kleine kinderen...

's Avonds zijn we blijven slapen in het luchtkasteel hotel. Maar ik heb die nacht niet kunnen slapen. Want toen ik uit het slaapkamer raam keek zag ik heel veel vuur en water boven de bomen uitkomen. Het land leek wel in brand te staan. Zouden de draken terug zijn gekomen voor Joris?

Ik rende naar het bed van Thomas en duwde hem aan, maar hij wilde niet wakker worden. “Je moet de draken bevechten, ze vallen het Efteling land aan”. riep ik terwijl ik zijn bed schudde. “Ga lekker zelf, jij wilde toch groot zijn?, mompelde hij in zijn slaap. Daar had hij wel een punt. Als ik een draak verslaan dan zou ik eindelijk een grote jongen zijn. En dan krijg ik morgen vast en zeker ook zo'n ridder pak...

Ik heb eerst nog even getwijfeld, want ik was toch een beetje bang. Maar iemand moest de bewoners van het Efteling land beschermen. En als Thomas dat niet deed zou ik het zelf maar moeten doen. Ik trok Thomas z'n ridder pak aan over mijn pyjama en nam het zwaard van tafel. Zachtjes liep ik de trappen af en verliet het luchtkasteel hotel. Buiten was alles super donker, op enkele lantaarns na. Ik volgde het pad en liep door verlaten dorpen en lege pleinen. Er was niemand meer te bekennen in het land. Gelukkig ook geen draken dus.

Plots hoorde ik gegrom en geschreeuw. Het kwam uit het Ravelijn kasteel. Snel rende ik ernaartoe. Binnen was het gevecht al begonnen. Drie grote draken hadden de aanval geopend op het kasteel en de Ravelijn ridders deden hun best ze te verslaan. Ik wilde ze heel graag gaan helpen maar mijn benen durfde opeens niet meer verder te lopen. Ineens hoorde ik een enorme knal. Een van de draken had met zijn staart het dak van de tribune kapot geslagen en zag mij staan. Hij schoot een vuurbal op mij af, maar die kon ik makkelijk opzij slaan met mijn zwaard. De draak werd kwaad en sloeg met zijn staart zo hard op de grond dat de hele tribune instortte. Ik sloot mijn ogen en bereide mij voor op de val. Maar ik viel niet op de grond.

Toen ik mijn ogen weer open deed zag ik dat Thomas mij had opgevangen. “Zo zo, dacht jij even een draak te verslaan?” zei hij lachend. Ik keek om mij heen en zag dat alle draken verdwenen waren. De ridders vierde hun overwinning. “Waarom ben jij hier”, vroeg ik hem verbaasd. “Om jouw te beschermen natuurlijk. Dat is mijn taak als grote broer, totdat jijzelf groot genoeg bent uiteraard.” “Maar ik wil niet meer groot zijn”, riep ik terwijl ik Thomas stevig omhelsde.

Lucas.... Lucas....? Kan je mij loslaten?

Ik opende mijn ogen weer en zag dat wij weer in onze luchtkasteel kamer waren. Het ochtend geworden. Thomas stond naast mijn bed en keek mij vragend aan. “Waarom wil je nu opeens niet meer groot zijn?”, vroeg hij. “Omdat ik de draak niet kon verslaan, maar jij kon dat wél”. Thomas rolde met zijn ogen en duwde mij van zich af. “Draken bestaat toch helemaal niet”, zei hij terwijl hij zijn schoenen aantrok. “Wel waar, ik heb ze vanacht zelf gezien. En jij ook!”, riep ik boos. “Dat zal dan wel een droom geweest zijn. Kom je zo naar beneden voor het ontbijt?” vroeg Thomas terwijl hij de kamer uit liep. Was het echt een droom geweest? Ik trok mijn pantoffels met belletjes aan en pakte het zwaard op van de tafel. Op de achterkant zat een enorme brandvlek, en toen wist ik het zeker. Draken bestaan echt. Mijn grote broer is een held. En voorlopig blijf ik nog lekker even klein.